Hij speelt voetbal en tennis, blaast saxofoon in een dweilorkest, is schrijver van het in mei verschenen boek Tot hier – en nu verder, huist in de voormalige kamer van Joop den Uyl en heeft een stem waar een verteller jaloers op mag zijn. Zoals hij in zijn boek zegt: een gemoedelijk mens, maar barstend van de politieke ambitie. Emile Roemer van de SP. In de drukte van de laatste Kamerdag van het jaar is er nauwelijks tijd voor een gesprek over Tijd, maar toch maakt hij die, en hij stapt er meteen dertig jaar in terug.
“Ik ben actief geworden voor de SP toen ik zeventien, achttien was. Ik was er al heel snel van overtuigd dat ik met mijn hekel aan onrecht behoorlijk in de linkse hoek zat. Mijn oudere broer was in aanraking gekomen met de SP, dus via hem kreeg ik al van alles mee. Dat beviel me helemaal. En zo rol je erin.” Gaat het dan om een soort universeel onrecht, of vul je zoiets juist als persoon of vanuit de partij in? “Allebei. Als je in de Derde Wereldlanden de kinderen ondervoed ziet liggen, vindt iedereen dat toch onrecht. Maar vind je het terecht dat iemand meer verdient dan een ander? Dat is een persoonlijke invulling. Ik heb het eigenlijk van kinds af aan. Ik
kon er heel slecht tegen als iemand in de klas gepest werd of een leraar in de klas de verkeerde op z’n sodemieter gaf. Dan trok ik m’n mond wel open. Ik was altijd van de verbale kant.” Duidelijke woorden. Toen, en nog steeds. De bokaal in zijn werkkamer die hij kreeg als winnaar van de Klare Taal Prijs 2010 van de Jargonbrigade van de Nationale Jeugdraad spreekt wat dat betreft boekdelen.
kon er heel slecht tegen als iemand in de klas gepest werd of een leraar in de klas de verkeerde op z’n sodemieter gaf. Dan trok ik m’n mond wel open. Ik was altijd van de verbale kant.” Duidelijke woorden. Toen, en nog steeds. De bokaal in zijn werkkamer die hij kreeg als winnaar van de Klare Taal Prijs 2010 van de Jargonbrigade van de Nationale Jeugdraad spreekt wat dat betreft boekdelen.In zijn ouderlijk huis leefden CDA en SP onder één dak, tijdens zijn wethouderschap in Boxmeer deelden SP en VVD vier jaar de collegestoelen. Met clashes tijdens debatten in de Kamer weet hij vaak met een opmerkelijke rust om te gaan. Komt die rust in politieke spanningsvelden mede uit die eerdere ervaringen voort? “Het is de aard van het beestje denk ik. Ik ben niet het type dat op de persoon speelt, maar ik kan redelijk fel worden als het om de inhoud gaat. Ik denk dat ik daar verder mee kom dan overal maar met een gestrekt been in te gaan.” In de hectiek waaruit het nu zittende kabinet ontstond, lanceerde hij de ‘Roemer-variant’. En met een rust die tegen al die heftigheid afstak, leek hij te aanvaarden dat die variant het niet haalde. “Je probeert iedere kans te grijpen om een alternatief naar voren te brengen. Is het niet voor nu, dan is het voor een volgende keer.” Wanneer is dat? “Op dit moment heeft geen van de partijen er belang bij het kabinet te laten vallen. Dat kan alleen maar als een van de drie betrokken partijen daar een reden voor heeft, maar die is er op dit moment niet. Het zou zomaar kunnen zijn dat ze er gewoon vier jaar zitten.”
Biedt deze tijd meer kansen voor de oppositie, nu er ook deals gesloten zullen moeten worden die binnen de coalitie zelf misschien minder voor de hand liggen? “Nee, integendeel eigenlijk. Ze hebben de boel met die 18 miljard bezuinigingen zó dichtgetimmerd dat ze bij voorstellen die daar rechtstreeks invloed op hebben alle drie toestemming moeten geven om zo’n motie van de oppositie te steunen. Dat maakt het dus exact hetzelfde als elk ander willekeurig kabinet.”
Hoe kijkt iemand van buitengewoon concrete taal tegen een abstractie als tijd aan? “Tijd… ik sta er eigenlijk zelden bij stil.” Staat u er vandaag eens bij stil? “Wat wilt u concreet horen?” We lachen allebei. “Er zijn natuurlijk wel thema’s met tijd waar je bewust -en vaak ook onbewust- mee bezig bent. Soms hebben dingen gewoon tijd nodig. Ik heb heel duidelijk een beeld van waar ik naartoe wil en realiseer me heel goed dat je daar soms de tijd voor moet nemen. Ik zit net acht, negen maanden als fractievoorzitter. Tijdens de verkiezingen zat ik er nog maar een paar weken. Vertrouwen kost tijd en je bewijzen als een betrouwbare partner kost dus ook tijd. Dat moet je winnen. Daar neem ik dan de tijd voor.” Hoe was die stap van toen, naar het fractievoorzitterschap? “Het heeft weken gekost voor ik het gevoel enigszins een plek heb kunnen geven dat je op iemands graf staat te dansen. Je weet dat de politiek keihard is. Niemand wilde dat Agnes stopte, ze heeft zelf die beslissing genomen. Ik zat heel dicht bij haar in een vertrouwensgroep, dus de laatste paar dagen zag je dat aankomen. We hebben geprobeerd haar te overtuigen, want we laten ons door een negatieve verkiezingsuitslag niet uit het veld slaan. Maar na de verkiezingsavond belde ze me toch ’s nachts op van ‘nee, dit krijg ik niet meer teruggedraaid, dus het is voor de partij beter dat ik een stap terug doe’. Als we het over tijd hebben: dan zit je daar ’s nachts om twee uur en dan weet je: dit is definitief.”
“Daags daarna zou ze het bekend maken en dan heb je ongeveer 24 uur met de club om te kijken: hoe verder? Dan weet je dat de nieuwe lichting moet opstaan. Dat moet je niet over het weekend heen tillen, want dan krijg je allemaal speculaties en verhalen de wereld in. Je moet binnen die 24 uur een besluit nemen over wie de nieuwe fractievoorzitter wordt. We hebben elkaar tot de volgende dag 13.00 uur de tijd gegeven om belangstelling kenbaar te maken. Dan mail je dus de fractie of je beschikbaar bent ja of nee, en praat je met elkaar. Op een gegeven moment heb ik de knoop doorgehakt van: ik ga ervoor.”
Wie onder zulke omstandigheden een collega opvolgt die je na aan het hart ligt en die een krachtige voorganger had die bij vriend en vijand waardering oogstte, krijgt binnen een tijdsbestek van een etmaal heel wat extra gewicht op de schouders gelegd. “De hamvraag voor mij was: willen is één, kunnen is twee. Daar is geen opleiding voor. Daar komen zo veel dingen bij kijken. Ik moet het vooral op mijn manier doen en vooral niet Agnes of Jan gaan kopiëren. Als de partij er vertrouwen in heeft moeten ze het doen met zoals ik ben. Ik ga ervan maken wat ervan te maken valt en ik zie wel of Nederland dat waardeert of niet.” Het gesternte waaronder dat gebeurt ziet er heel anders uit dan een paar jaar terug. Je hoort zo vaak dat het politieke tij veranderd is, dat tegenstellingen verharden. Is het Haagse speelveld een arena aan het worden, of lijkt het misschien soms ook wel wat op een dweilorkest? “Dat wil ik mijn dweilorkest niet aandoen!”
Emile Roemer draagt een horloge van Danish Design. “Die heb ik van mijn vrouw en mijn kinderen op m’n verjaardag gekregen. Ik heb het nu twee jaar. Mijn vrouw heeft veel met horloges. Als ik een paar jaar een horloge heb gedragen zegt ze ‘volgens mij moet je maar eens een keer een ander nemen’. Ik ben wel altijd een horlogedrager geweest. Ik ben heel veel onbewust met de tijd bezig en heb een hekel aan verloren tijd. Mijn dag zit altijd helemaal vol.”Zijn er naast een horloge ook voorwerpen die voor Emile Roemer op een heel andere manier de tijd verankeren? “Ik hecht eigenlijk heel weinig waarde aan dingen, of er moet echt een emotionele waarde aan zitten. Het Mobilisatiekruis en het Verzetskruis van mijn vader. Die heb ik destijds voor hem aangevraagd en ze hebben voor mij een heel bijzondere betekenis. Het is zo’n vijftien, twintig jaar geleden. Toen ik er een keer met hem over begon, hoefde het allemaal niet. Toen het bezorgd werd deed het ‘m wel heel veel. Als je het dan aan hem overhandigt, dan is dat een heel bijzonder moment. Mijn vader is inmiddels overleden. Als je vraagt wat heeft nou echt een emotionele waarde, dan zijn het die twee dingen.”
bron: tijdvoorpolitiek.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten